Inhoudsopgave

Lasmachine op aggregaat kiezen zonder uitval

Lasmachine op aggregaat kiezen zonder uitval

Op een bouwplaats, bij reparatiewerk in het veld of aan boord is netspanning niet altijd beschikbaar. Een lasmachine op aggregaat is dan een praktische oplossing, mits aggregaat en lasapparaat technisch goed bij elkaar passen. Te weinig vermogen of een instabiele spanningsvoorziening geeft geen klein ongemak, maar kan leiden tot een onrustige boog, onvoldoende inbranding, uitvallende beveiligingen en in sommige gevallen schade aan de elektronica.

De juiste combinatie kiest u daarom niet alleen op het wattage dat op het typeplaatje staat. Het lasproces, de inschakelduur, het gewenste lasvermogen en de kwaliteit van het aggregaat bepalen samen of u op locatie probleemloos kunt doorwerken.

Waarom een lasmachine op aggregaat extra vermogen vraagt

Een lasmachine trekt geen constante belasting zoals een lamp of elektrische kachel. Bij het starten van de boog en tijdens het lassen kan de vermogensvraag sterk wisselen. Vooral inverterlasmachines reageren gevoelig op een spanningsval. Zakt de ingangsspanning te ver weg, dan begrenst de machine het lasvermogen, schakelt hij in storing of blijft de boog moeilijk stabiel.

Het opgenomen vermogen van een lasmachine wordt vaak uitgedrukt in kVA of kW. Dat is een beter vertrekpunt dan alleen kijken naar de maximale lasstroom in ampère. Een MMA-machine van 200 A is bijvoorbeeld niet automatisch geschikt voor een klein 3 kVA aggregaat. De machine kan bij lage lasstroom misschien wel werken, maar op 160 of 200 A is de belasting voor de generator te hoog.

Houd bovendien rekening met reserve. Een aggregaat dat permanent op zijn maximale capaciteit draait, levert doorgaans minder stabiele spanning en slijt sneller. Voor laswerk is een ruime dimensionering verstandiger dan een combinatie die op papier precies uitkomt.

Het aggregaatvermogen berekenen

Controleer eerst in de technische gegevens van de lasmachine het maximale opgenomen vermogen of de aanbevolen generatorcapaciteit. Fabrikanten geven dit vaak op als maximaal ingangsvermogen, maximale netstroom of aanbevolen vermogen in kVA. Die laatste waarde is het meest bruikbaar.

Als de fabrikant geen aggregaatadvies vermeldt, kunt u als praktische richtlijn het maximale opgenomen vermogen van de lasmachine nemen en daar minimaal 30 procent reserve bovenop rekenen. Bij machines zonder PFC, bij lange verlengkabels of bij zwaar elektrodewerk is 50 procent reserve verstandiger.

Voorbeeld: een MIG/MAG-lasapparaat heeft een maximaal opgenomen vermogen van 5 kVA. Kies dan geen aggregaat van exact 5 kVA. Een generator van circa 7 kVA is een realistischer uitgangspunt. Werkt u langdurig op hoog vermogen, gebruikt u tegelijk een slijptol of verwacht u piekbelasting, dan is 8 tot 10 kVA vaak de veiligere keuze.

Let op het verschil tussen continuvermogen en piekvermogen van een aggregaat. De hoge waarde in de productomschrijving is soms alleen kort beschikbaar. Voor lassen telt vooral het continuvermogen. Een aggregaat van 7 kVA piekvermogen met 5,5 kVA continuvermogen is dus geen volwaardige vervanger voor een 7 kVA continu aggregaat.

kVA, kW en cos phi

Aggregaten worden meestal in kVA aangeboden, terwijl elektrisch gereedschap en lasmachines soms in kW worden vermeld. Bij een eenvoudige resistieve belasting zijn die waarden vrijwel gelijk, maar bij een elektronische lasmachine speelt de arbeidsfactor, ook wel cos phi, mee. Daardoor kunt u niet zonder meer kW en kVA als identieke waarden behandelen.

Moderne invertermachines met PFC gebruiken het beschikbare vermogen doorgaans efficiënter en belasten de generator gelijkmatiger. PFC is echter geen vrijbrief om een te licht aggregaat te gebruiken. Het blijft nodig om de gegevens van de specifieke machine te volgen en voldoende marge aan te houden.

Welk lasproces stelt welke eisen?

MMA, MIG/MAG en TIG gedragen zich niet hetzelfde op een mobiele stroomvoorziening. De keuze van het lasproces bepaalt daarom mede hoe groot en stabiel het aggregaat moet zijn.

Elektrode lassen met MMA

Elektrodelassen is populair voor montage, onderhoud en buitenwerk. Het proces is relatief mobiel en u hebt geen beschermgasfles nodig. De belasting kan wel stevig zijn, zeker bij basische elektroden, grotere diameters en hoge lasstromen. Een MMA-inverter van 160 A kan voor licht werk op een degelijk aggregaat draaien, maar voor continu lassen met 3,2 of 4,0 mm elektroden is extra generatorvermogen noodzakelijk.

Ook functies als hot start en arc force veroorzaken korte pieken. Dat helpt bij het ontsteken en stabiel houden van de boog, maar vraagt wel om een aggregaat dat die belasting kan opvangen zonder spanning in te leveren.

MIG/MAG lassen op locatie

Bij MIG/MAG-lassen komt naast de stroombron ook de draadaanvoer kijken. Wanneer de ingangsspanning wegzakt, merkt u dat niet alleen aan de boog, maar soms ook aan een onregelmatige draadtoevoer. Dit geeft spatten, een wisselend lasgeluid en een lasbeeld dat moeilijk reproduceerbaar is.

Voor dun plaatwerk op lage instellingen is de belasting beperkt. Voor constructiewerk met massieve draad, gevulde draad of hogere draadsnelheden loopt de vraag snel op. Gebruik een aggregaat met voldoende continuvermogen en zorg dat de gasfles, massakabel en toorts goed bereikbaar en beschermd opgesteld staan.

TIG lassen en gevoelige elektronica

TIG-lassen vraagt om een bijzonder stabiele stroomvoorziening, vooral bij AC/DC-machines voor aluminium. De machine moet de ingestelde parameters nauwkeurig vasthouden. Een instabiel of slecht geregeld aggregaat kan storingen veroorzaken en maakt het lastiger om een nette, gecontroleerde las te leggen.

Voor DC-TIG op staal of RVS is de belasting vaak overzichtelijker, maar de kwaliteit van de spanning blijft relevant. Kies bij TIG daarom bij voorkeur een generator met elektronische spanningsregeling, aangeduid als AVR, of een inverteraggregaat met een zuivere uitgangsspanning.

Kies niet alleen op vermogen, maar ook op spanningskwaliteit

Een goedkoop aggregaat kan voldoende kVA hebben en toch ongeschikt zijn voor een moderne lasmachine. De spanningsregeling, frequentie en vervorming van de uitgangsspanning maken verschil. Vooral digitale inverterlasmachines, plasma snijders en AC/DC-TIG-machines functioneren beter op een stabiele bron.

Een aggregaat met AVR houdt de uitgangsspanning beter op peil bij wisselende belasting. Een inverteraggregaat levert meestal een zeer stabiele spanning, maar is niet altijd beschikbaar in de hogere vermogensklassen die voor zwaar laswerk nodig zijn. Voor intensief werk op locatie is een professionele generator met een betrouwbare motor, voldoende continuvermogen en een goede regelaar meestal de betere investering.

Gebruik bij voorkeur een aggregaat met een 230 V-aansluiting die het gevraagde vermogen daadwerkelijk kan leveren. Een 400 V aggregaat is niet automatisch beter voor een 230 V-lasapparaat. Bij sommige krachtstroomaggregaten is het beschikbare vermogen verdeeld over drie fasen. Wordt een zware 230 V-verbruiker op slechts één fase aangesloten, dan kan die fase overbelast raken terwijl het totale vermogen van het aggregaat hoger lijkt.

Kabels, massa en opstelling maken het verschil

Een goed gekozen generator verliest zijn voordeel door een te dunne of te lange verlengkabel. Een spanningsval in de kabel zorgt ervoor dat de lasmachine minder spanning ontvangt dan het aggregaat afgeeft. Gebruik daarom voor zwaardere machines een kabel met voldoende aderdoorsnede, rol een kabelhaspel volledig af en houd de afstand tussen aggregaat en lasmachine zo kort mogelijk.

Controleer ook de aansluitingen. Een warme stekker, beschadigde contrastekker of losse massaklem veroorzaakt weerstand en onbetrouwbaar lassen. De massakabel hoort rechtstreeks op schoon metaal van het werkstuk of zo dicht mogelijk bij de laszone te zitten. Verf, roest en vuil onder de massaklem geven problemen die ten onrechte vaak aan het aggregaat worden toegeschreven.

Plaats het aggregaat buiten of in een zeer goed geventileerde omgeving. Uitlaatgassen bevatten koolmonoxide en horen nooit in een werkplaats, container of afgesloten ruimte terecht te komen. Zet de generator waterpas, bescherm hem tegen regen en zorg dat brandstof bijvullen alleen gebeurt wanneer de motor uitgeschakeld en afgekoeld is.

Zo voorkomt u storingen tijdens het lassen

Start het aggregaat eerst zonder belasting en laat het kort stabiel draaien. Sluit daarna de lasmachine aan, maar begin niet direct op maximale lasstroom. Test de boog op een proefstuk en controleer of de machine zonder foutmelding werkt. Bouw het vermogen op als de toepassing dat vraagt.

Vermijd het gelijktijdig inschakelen van zware verbruikers zoals compressors, slijpmachines, bouwdrogers of plasma snijders op hetzelfde aggregaat. Vooral een slijptol of compressor kan een flinke inschakelpiek geven precies wanneer u aan het lassen bent. Als gecombineerd gebruik nodig is, moet de generator op de totale belasting en de pieken zijn geselecteerd.

Onderhoud blijft eveneens praktisch werk. Controleer oliepeil, brandstof, luchtfilter en aansluitingen van het aggregaat volgens het onderhoudsschema. Een generator die slecht op toeren komt of onregelmatig draait, levert geen betrouwbare lasstroom, hoe goed de lasmachine ook is.

De juiste combinatie voor werk op locatie

Voor incidenteel reparatiewerk met een compacte inverter is een mobiel aggregaat met voldoende reserve vaak voldoende. Voor dagelijks montagewerk, zwaar MIG/MAG-lassen of AC/DC-TIG is een professionele stroomvoorziening met stabiele regeling geen luxe, maar onderdeel van een betrouwbare werkplek. Stem daarbij ook verbruiksmaterialen, kabels, beschermingsmiddelen en transport af op het werk dat u uitvoert.

Bij Weldingshop.nl vindt u lasmachines, toebehoren en werkplaatsmateriaal voor zowel mobiele als vaste laswerkzaamheden. Vergelijk altijd de technische gegevens van machine en generator voordat u bestelt. Een goed gedimensioneerde lasmachine op aggregaat geeft u op locatie precies wat u nodig hebt: een stabiele boog, voorspelbare laskwaliteit en minder stilstand wanneer het werk door moet.